De jaarlijkse vennootschapsbijdrage ten laste van vennootschappen (« JVB »), een overzicht

Twee jaar na de uitspraak van de Franstalige Arbeidsrechtbank van Brussel waarbij de jaarlijkse vennootschapsbijdrage ten laste van vennootschappen (« JVB ») onwettelijk werd verklaard, komen we hierbij terug op de vooruitgang van dit actueel debat.

De Franstalige Arbeidsrechtbank van Brussel heeft bij vonnis van 29 september 2014 het onwettige karakter van de JVB bevestigd. Dit vonnis vestigde een eerste uitspraak inzake de onwettigheid van de JVB en maakt een eerste stap uit richting de erkenning van het recht op de terugbetaling ervan. Als reactie op deze uitspraak, werden in het hele land verschillende vorderingen tot terugbetaling van de JVB ingesteld voor de rechtbanken.

De RSVZ heeft beroep aangetekend tegen het vonnis van 29 september 2014 voor het Arbeidshof te Brussel waarbij, naar aanleiding van een lange instaatstelling, het vonnis in eerste aanleg bij arrest van 8 april 2016 werd weerlegd.

Dit betekent echter niet het einde van dit gerechtelijk verhaal, aangezien in augustus 2016 tegen dit arrest een voorziening voor het Hof van Cassatie werd ingesteld. Het Hof van Cassatie waakt over de wettigheid van rechterlijke beslissingen: ze oordeelt over de wettigheid van een in laatste aanleg gewezen vonnis of arrest die voor haar aanhangig is gemaakt en vernietigt de beslissingen die de wet schenden of een rechtsregel miskennen.

De voorziening ingesteld in deze zaak bekritiseert het arrest van het Arbeidshof op verschillende rechtsvlakken en nodigt het Hof bovendien uit om bepaalde prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Na deze voorziening, indien het Hof oordeelt dat de beroepsrechters het recht niet correct hebben toegepast, zal het Hof het arrest vernietigen en de zaak naar een ander rechtscollege verwijzen die zich op haar beurt zal moeten uitspreken over de grond van het dossier. Het betreft dus een nieuwe stap in dit langdurig dossier, in het bijzonder gelet op de financiële belangen die op het spel staan.

Gelijklopend met het bovenstaande, is de procedure tot terugbetaling van de betaalde JVB, zoals ingeleid door ons kantoor voor de Franstalige Arbeidsrechtbank van Brussel, nog steeds hangende. De pleitzitting in deze procedure werd meerdere keren uitgesteld, in het bijzonder omwille van de uitspraak van het arrest van het Arbeidshof van Brussel van 8 april 2016. Binnen het kader van deze procedure werden de verschillende argumenten, zoals opgenomen in de informatieve nota inzake de JVB, uiteengezet en werd nauwkeurig geantwoord op de opmerkingen in voornoemd arrest van het Arbeidshof te Brussel, teneinde de rechtbank een volledig inzicht in onze argumenten te verschaffen. We houden U verder op de hoogte aangaande deze procedure waarbij de volgende pleitzitting is vastgesteld begin 2017.

Tot op heden is de JVB nog niet onwettig verklaard door een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde (definitieve niet-aanvechtbare uitspraak). Daarom handhaven wij ons advies om binnen de wettelijke termijn de bijdrage te blijven betalen. Hoe dan ook, in het geval de JVB onwettig wordt verklaard, hebben zij die zich op ons platform www.cacs-jvb.be hebben ingeschreven hun recht op terugbetaling kunnen vrijwaren dankzij de verjaringsstuitende brieven.

In afwachting van verdere ontwikkelingen in deze gerechtelijke soap, staat het U vrij om onze presentatievideo’s op YouTube te (her)bekijken : http://youtu.be/wMsWb-aI16k (Nl.) en http://youtu.be/rjrvsDd7TlI (Fr.).

Voor meer informatie over de JVB, zie : www.cacs-jvb.be .